Posted by: ddstories | mei 12, 2008

Digitale Gehandicapt

Gerard Goggin en Christopher Newell beargumenteren in hun werk Digital Disability dat de woorden ‘technologie’ alsmede ‘handicap’ geen losstaande fenomenen zijn, maar in een sociale context worden geconstrueerd. De definitie en invulling van deze begrippen zijn afhankelijk van machtsstructuren die bestaan in de samenleving. Goggin en Newell behandelen de connectie tussen (digitale) technologie en invalide zijn. Ze ageren tegen de ongelijkheid van gehandicapten in de Westerse maatschappij. En hoe deze ongelijkheid voor een groot gedeelte gewoon voortgezet wordt in het digitale tijdperk. Ondanks de fabel dat digitaliteit en de onlinewereld gehandicaptheid voor een significant deel uit de wereld zou helpen, zien Goggin en Newell oude machtsstructuren ook voortduren in de digitale revolutie.

Vanuit het denken van Michel Foucault komen zij tot de conclusie dat technologie als een machtsmiddel kan fungeren om mensen met een handicap te conditioneren. Te conditioneren in een zelfbeeld waarin ze zichzelf incompleet voelen. Met als gevolg: afwijkend van wat als “normaal” gevonden moet worden. Technologie is nooit neutraal. Theoretisch mag dit dan wel het geval zijn, maar in de context is het dit nooit. Volgens Goggin en Newell is door de snel veranderende technische ontwikkelingen het zeer belangrijk om stil te staan bij de invloed die technologie heeft, en kan hebben, op het beeld van gehandicapt zijn.

Een van de casussen waar Goggin en Newell op in gaan is dat van het cochlear implantaat ( hierna CI genoemd). De CI is een digitale techniek waarbij elektroden (meestal 22) in het slakkenhuis worden geplaatst. Hiermee is de dove persoon in staat om te horen. Niettemin heeft het geluid wat hij of zij binnen krijgt doormiddel van de elektroden (met de hedendaagse mogelijkheden) een zeer elektronische klank. Echter het probleem wat Goggin en Newell hebben met de CI is in eerste instantie nog niet zozeer de vervorming van het geluid - het is nog veel fundamenteler. Zij hebben kritiek op het idee dat de technologie meehelp aan het concept dat doven niet af zouden zijn. Dat een doof persoon niet een geheel compleet mens zou zijn. Goggin en Newell zetten zich af tegen het hele idee van de maakbaarheid van de samenleving: alles wat niet voldoet aan een bepaald beeld moet aangepast worden zodat het er uiteindelijk wel aan voldoet.

Goggin en Newell wijzen er op dat horende artsen doofheid als een enorme handicap ervaren. Zelf zo erg dat ze de mogelijke verstrekkende gevolgen van een CI-operatie als aanvaarbaar achten. Newell en Goggin zijn er gespitst op om te melden dat er vrij grote kans is op een gedeeltelijke verlamming van het gezicht. En dat terwijl er een zeer duidelijk alternatief wordt geboden door de dovengemeenschap.

Gehandicapten zouden niet als een speciale situatie gezien moeten worden, aldus Goggin en Newell. Als één homogene groep waarvoor achteraf hulpstukken verzonnen moeten worden zodat zij eveneens gebruik kunnen maken van (digitale) technologie. Nu wordt de oplossingen voor gehandicapten veel te veel gezien als een afterthought. Gehandicapten zijn daarmee slachtoffer van de digital divide: het feit dat gehandicapten niet geheel (of helemaal niet) mee kunnen doen met de digitale ontwikkelingen in de maatschappij. Met als gevolg dat ze er dus altijd achteraan blijven hollen. Volgens Newell en Goggin zou het normaal moeten zijn dat bij de conceptie van (digitale) technologie rekeningen gehouden wordt met de toegankelijkheid voor gehandicapten. Dat ontwerpers zich laten informeren door belangenbehartigingsorganisaties, met als gevolg dat oplossingen aan de oorsprong staan van een technologie. Met deze visie is het maar de vraag of het cochlear implantaat ooit was ontwikkeld.

Literatuur:
Goggin, G. & Newell , C. (2002). Digital Disability: The Social Construction of Disability in New Media. Rowman & Littlefield.

Posted by: ddstories | maart 27, 2008

Enquête beeldtelefoon

Bent u achttien jaar of ouder en bent u doof, slechthorend of CI-drager: dan zou ik u willen vragen om mee te doe aan een korte enquête. De enquête duurt niet langer dan 3 minuten. U zou mij daar een zeer groot genoegen mee doen. De enquête kunt u hier downloaden.  
Alvast bedankt!
 
 
 

 

Posted by: ddstories | maart 5, 2008

Deafgamers

Een paar dagen geleden strandde ik op een interessante gamesite speciaal voor dove gamers. Buiten de gebruikelijk score, worden de reviews bij deafgamers eveneens vergezeld door een A t/m E predicaat. Een kwalificatie die aangeeft in hoeverre de desbetreffende game toegankelijk is voor dove gamers. Gamers die interesse hebben in Japanse sofware zullen deze werkwijze ook herkennen van import reviews. Het is niet ongebruikelijk dat import reviews eveneens een extra score meekrijgen. Een score die aangeeft hoeverre de game te spelen is zonder de Japanse taal machtig te zijn. Echter in het geval van dove gamefanaten is het schrijnend  hoeveel games, mede door de komst van Voice Overs, steeds ontoegankelijker voor hun worden. Door het gebruik van Voice Overs laten bedrijven de ondertiteling vaak achterwegen, of is deze veel minder verzorgt dan eerder het geval was. Ironisch genoeg worden  de Japanse lokalisaties wel vergezeld van ondertiteling. En is het dus voor dove gamers een veiligere gok om een lokalisatie van een Japanse game te kopen, dan een game die bijvoorbeeld uit Amerika komt. Toch stelt Deafgamers dat The Orange Box (waar Half Life 2 deel van uit maakt) van het Amerikaanse Valve hét voorbeeld is van hoe het wel moet.   

article_img.jpg        

Half-Life 2 was definitely one of the best games we’ve seen in regards for how well it caters for deaf gamers. The game offered extensive captioning and really allowed deaf gamers to enjoy an FPS [First Person Shooter] in a way that hadn’t been possible before.

Half-Life 2 blijkt dan ook een van de enige games te zijn die een A-status heeft meegekregen van de site. Zoals ze zelf stellen bij de classificatie:

To earn an A grade a game really has to be impressive in it’s provision for deaf gamers. We expect captions, subtitles and other visual clues. Colour-coded subtitles and a choice to alter the text speed (where appropriate) are features we would also consider as preferable. Not many games are going to receive the A grade unfortunately. Only Half-Life 2 springs to mind as being a game worthy of an A grade. Let’s hope many developers follow Valve’s excellent example.  

Ondertiteling alleen is niet genoeg, het is eveneens een must om op een visuele manier te zien wie er spreekt. Referentie:

<http://www.deafgamers.com/07reviews_a/theorangebox_pc.html

<http://www.deafgamers.com/dgclassification.htm

Posted by: ddstories | februari 27, 2008

De Schreeuw en de Sneeuw

Vorige week donderdag ben ik met twee vriendinnen naar de toneelvoorstelling Hotel Alaska geweest in Alkaar. Een toneelvoorstelling die zowel voor doven als horende bedoelt is. Benieuwd en met volle interesse ging ik er naar binnen. Echter, ik ging met een erg gemengd haast gedesillusioneerd gevoel weer naar buiten. Ondanks dat de voorstelling op sommige momenten erg aangrijpend was, heb ik er een dubbel gevoel aan over gehouden. Komt het door de spelers? De regisseur? Of misschien het publiek? Ik ben er niet over uit. De voorstelling ging over een dove man en een horende vrouw die elkaar ontmoeten in Hotel Alaska. De vrouw wil wegrennen van alles en iedereen. Terwijl de man opzoek is naar spanning en avontuur. Toch is het een voorstelling die het meer moet hebben van zijn individuele elementen dan een werkelijk coherent verhaal.

Maar wat maakte de voorstelling nu zo tweeledig? Als het de bedoeling was van de regisseur dat horende mensen iets van doven zouden kunnen leren dan is dit zeker gelukt. Maar, als het de essentie was om een voorstelling te maken waarbij horende en doven op gelijke voet staan, en het doven publiek op dezelfde mate betrokken wordt, dan is het een heel ander verhaal. Het is heel moeilijk om deze voorstelling niet op een metaniveau te bekijken. In dagblad de Limburger van 21 november 2007 stelde Jantien Koenders (de vrouw in de voorstelling) dat het in eerste instantie best lastig was om een dove tegenspeler te hebben. En dat ze met elke voorstelling groeide in haar vaardigheden om expressief te zijn met behulp van gebarentaal. En dat ze expressief (lees: aanwezig) was! Niet alleen in gebaren maar in alles, in volume, aanwezigheid en duur en diepgang. De dove man daarentegen leek te dienen als subject van humor: met zijn olijk verhaal over ijsberen. En als object van humor: in wat zijn gebaren zouden kunnen beteken. De vrouw vroeg de man elke keer opnieuw hetzelfde stuk te gebaren, waar zij dan steeds weer een andere betekenis aan toe gaf. Het merendeel van het horende publiek bleek het erg grappig te vinden. Herkenbaarheid? Ten eerste vraag ik me af wat hier de lol aan is voor doven en ten tweede hoe is dit een voorbeeld van gelijkheid?

Maar, misschien begrijp ik de  intentie wel helemaal verkeerd. En is het wel helemaal niet te bedoeling om opzoek te gaan naar wederzijds interesse en respect. Immers, het voorgaande voorbeeld is een van de weinige moment waarop de twee toneelspelers elkaar’s bestaan lijken te erkennen. Vaak stond of de man of alleen de vrouw op het podium. En indien ze beide aanwezig waren leken ze veelvuldig met één mond te spreken. Misschien is dat wel de gelijkheid! Aan het einde van het stuk was er een prachtig nummer van Anthony and the Johnsons’ Hope there’s is someone. Echter, het werd zowel niet vertolkt en eveneens niet ondertiteld op het projectiescherm. De laatste 5 minuten konden doven alleen kijken naar de video die op de achtergrond afspeelde. Ontroert ervoer ik deze laatste minuten, maar dit met het knagende besef dat ik als horende wel in staat was om meegenomen te worden door de muziek. Ging het dan toch om het verschil?

   
 Na de voorstelling raakte wij in gesprek met de John van Gelder die de dove man in het stuk speelde. Hij stelde dat de voorstelling inderdaad ging om de verschillen aan te tonen tussen horende en doven. Echter als je van Gelder zelf zag gebaren en zijn natuurlijke expressiviteit, bekroop me het gevoel dat deze man zich vaak in moest houden op het podium. Dat deze man ondergesneeuwd werd door het geweld van zijn tegenspeelster. En dat had alles te maken met opzet en verre van met onderlinge kwaliteit. En daarmee kregen deze verschillen tussen horende en doven, op het laatste muziekstuk na, een grote mate van artificieel karakter. Het onderscheid tussen de vrouw en de man zat hem verre van in het feit dat de ene kon praten en de ander niet, maar in het feit dat één van hun veel meer de ruimte kreeg om ook zonder woorden zich te uiten. Het laat zich niet meer raden wie!

Posted by: ddstories | februari 19, 2008

Onderzoek

Dit blog is opgesteld met de bedoeling om gedachtespinsels, overpeinzingen en opvallendheden over nieuwe media met betrekking tot dovencultuur te ventileren. Op dit moment ben ik bezig een onderzoek te starten naar het gebruik van nieuwe media onder doven. In dit onderzoek gaat het mij vooral om de persoonlijke verhalen rond het gebruik van bepaalde technieken en technologische apparatuur. Het gaat juist om de individuele verhalen van dove mensen die gebruik maken van  nieuwe media. Waarom bepaalde technologische apparatuur zoals de webcam of beeldtelefoon juist wel of niet geschikt zijn in de communicatie tussen doven onderling, maar ook in contact met horende mensen. Met andere woorden: hoe binnen de dovengemeenschap gereageerd wordt op het gebruik van dergelijke interfaces―in het licht van een beoogde verbetering in communicatie. Ook is het interessant om na te gaan hoe individuen binnen de dovengemeenschap denken over het idee van ideale communicatie. Juist deze individuele accounts zijn van onschatbare waarde om inzicht krijgen in het feit waarom bepaalde technieken en apparatuur wel opgenomen worden en andere juist niet.

Verder, en niet geheel onbelangrijk, kunnen deze verhalen ook inzicht verschaffen in wat een bepaalde techniek met je doet. Volgens Annemarie Mol zijn technieken verre van een rationele uitingen van de mens. Ze zijn zo niet-rationeel als het leven zelf. Technieken kunnen onverwachte situaties met zich meebrengen in de praktijk, die haast onmogelijk zijn om in al zijn complexiteit te kunnen voorzien. (Mol 2005:1-2) Deze gevolgen kunnen zowel positief als negatief zijn. Technieken mogen dan wel in de wereld worden gebracht met een bepaald vooropgezet doel, maar dit gegarandeerd zeker niet dat de technieken dit beoogde doel ook uiteindelijk gaan vervullen. Volgens de sociaal constructivisten (waaronder Wiebe Bijker en Trevor Pinch) zijn technieken en technologische apparatuur altijd verankerd in een bepaalde sociale context. De techniek creëert zelf  niet  zijn eigen situatie, als een autonome invloed, maar de sociale relevante groepen zijn hiervoor hoofdzakelijk voor verantwoordelijk. (Bijker et al. 1999:12) De verschillende gezichtspunten van de belangengroepen zijn dan ook interessant om te volgen. Allerlei bestaande factoren in een specifieke maatschappelijke en sociale context zijn van invloed op de manier waarop een techniek wordt gezien en zijn rol krijgt in die context. Dit betekend niet dat een techniek niet voor nieuwe situaties kan zorgen, maar dat deze situaties mede beïnvloed worden door de sociale context waarin deze plaatsvindt.      

Referenties:     

Mol, A. (2005)  “Leven Met Technieken: voorbij de mythe van rationaliteit”  Online te vinden op: http://doc.utwente.nl/55095/1/levenmettechnieken02.pdf  

Bijker, W.E. , Hughes T.P & Pinch, T.J. (1999)The Social Construction of Technological Systems: the new directions in sociology and history of Technology.  Massachusetts: MIT Press.

Categorieën