Gepost door: ddstories | februari 27, 2008

De Schreeuw en de Sneeuw

Vorige week donderdag ben ik met twee vriendinnen naar de toneelvoorstelling Hotel Alaska geweest in Alkaar. Een toneelvoorstelling die zowel voor doven als horende bedoelt is. Benieuwd en met volle interesse ging ik er naar binnen. Echter, ik ging met een erg gemengd haast gedesillusioneerd gevoel weer naar buiten. Ondanks dat de voorstelling op sommige momenten erg aangrijpend was, heb ik er een dubbel gevoel aan over gehouden. Komt het door de spelers? De regisseur? Of misschien het publiek? Ik ben er niet over uit. De voorstelling ging over een dove man en een horende vrouw die elkaar ontmoeten in Hotel Alaska. De vrouw wil wegrennen van alles en iedereen. Terwijl de man opzoek is naar spanning en avontuur. Toch is het een voorstelling die het meer moet hebben van zijn individuele elementen dan een werkelijk coherent verhaal.

Maar wat maakte de voorstelling nu zo tweeledig? Als het de bedoeling was van de regisseur dat horende mensen iets van doven zouden kunnen leren dan is dit zeker gelukt. Maar, als het de essentie was om een voorstelling te maken waarbij horende en doven op gelijke voet staan, en het doven publiek op dezelfde mate betrokken wordt, dan is het een heel ander verhaal. Het is heel moeilijk om deze voorstelling niet op een metaniveau te bekijken. In dagblad de Limburger van 21 november 2007 stelde Jantien Koenders (de vrouw in de voorstelling) dat het in eerste instantie best lastig was om een dove tegenspeler te hebben. En dat ze met elke voorstelling groeide in haar vaardigheden om expressief te zijn met behulp van gebarentaal. En dat ze expressief (lees: aanwezig) was! Niet alleen in gebaren maar in alles, in volume, aanwezigheid en duur en diepgang. De dove man daarentegen leek te dienen als subject van humor: met zijn olijk verhaal over ijsberen. En als object van humor: in wat zijn gebaren zouden kunnen beteken. De vrouw vroeg de man elke keer opnieuw hetzelfde stuk te gebaren, waar zij dan steeds weer een andere betekenis aan toe gaf. Het merendeel van het horende publiek bleek het erg grappig te vinden. Herkenbaarheid? Ten eerste vraag ik me af wat hier de lol aan is voor doven en ten tweede hoe is dit een voorbeeld van gelijkheid?

Maar, misschien begrijp ik de  intentie wel helemaal verkeerd. En is het wel helemaal niet te bedoeling om opzoek te gaan naar wederzijds interesse en respect. Immers, het voorgaande voorbeeld is een van de weinige moment waarop de twee toneelspelers elkaar’s bestaan lijken te erkennen. Vaak stond of de man of alleen de vrouw op het podium. En indien ze beide aanwezig waren leken ze veelvuldig met één mond te spreken. Misschien is dat wel de gelijkheid! Aan het einde van het stuk was er een prachtig nummer van Anthony and the Johnsons’ Hope there’s is someone. Echter, het werd zowel niet vertolkt en eveneens niet ondertiteld op het projectiescherm. De laatste 5 minuten konden doven alleen kijken naar de video die op de achtergrond afspeelde. Ontroert ervoer ik deze laatste minuten, maar dit met het knagende besef dat ik als horende wel in staat was om meegenomen te worden door de muziek. Ging het dan toch om het verschil?

   
 Na de voorstelling raakte wij in gesprek met de John van Gelder die de dove man in het stuk speelde. Hij stelde dat de voorstelling inderdaad ging om de verschillen aan te tonen tussen horende en doven. Echter als je van Gelder zelf zag gebaren en zijn natuurlijke expressiviteit, bekroop me het gevoel dat deze man zich vaak in moest houden op het podium. Dat deze man ondergesneeuwd werd door het geweld van zijn tegenspeelster. En dat had alles te maken met opzet en verre van met onderlinge kwaliteit. En daarmee kregen deze verschillen tussen horende en doven, op het laatste muziekstuk na, een grote mate van artificieel karakter. Het onderscheid tussen de vrouw en de man zat hem verre van in het feit dat de ene kon praten en de ander niet, maar in het feit dat één van hun veel meer de ruimte kreeg om ook zonder woorden zich te uiten. Het laat zich niet meer raden wie!


Reacties

  1. Vrijdag a.s. ga ik ook die stuk kijken. Ik kan me niet voorstellen wat je net beschreef. In afgelopen jaren heeft Handtheater zich ingezet op volwaardig theater waar doven zich optimaal kan uiten. Want in ander theatervoorstellingen zouden ze juist ondergeschikt worden. En volgens jou beschrijvingen, is dat nou juist gebeurd.
    Na vrijdag geef ik mijn reaktie.

  2. Afgelopen vrijdag ging ik met mijn vrindin en mijn moeder kijken.
    Een kort voorstelling over verweesde mensen is wel interessant om te kijken, maar te fragmentarisch is en voor mij wel wat vraagtekens oproept. Na afloop begreep ik dat muziek en stem van een derde persoon buiten beeld als souffleur ook een rol speelt bij het coherent maken van het spel.

    Dit voorstelling heeft volgens mij niets met een theater die vanuit dovenperspektief of dovencultuur gemaakt zou worden, te maken. Het is gewoon een theatervoorstelling, waarbij dove akteur toevallig een onderdeel van is. Het is niet op dovenpubliek gericht.
    Dat kan gebeuren. Maar de Handtheater wekt ten onrechte dat dit een theater is, waar het ook volledig toegankelijk is voor doven net als hun eerdere voorstellingen.
    Blijkbaar weet men van Handtheater niet hoe zij hun inbreng in deze stuk evenwaardig te maken als inbreng van regisseur Claire Fleury en tegenspeelster Jantien Koenders.

    Een gemiste kans om te benadrukken dat doven en horenden vanuit verschillende disciplines en richtingen in principe samen kunnen spelen.


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën